Azzurri of Duivels: grinta versus nonchalance

Je zag het van op voorhand gebeuren: spelbepalend moment nummer 1.  Hazard die op de persconferentie voor de match met kilo’s zelfgenoegzaamheid uitbazuint, dat hij zijn toekomstige trainer bij Chelsea eens zou laten zien wat hij allemaal kan. Sporza-journalist Ruben Van Gucht die vervolgens de Italiaanse trainer met deze uitspraak confronteert en Antonio Conte die geen krimp geeft, maar als antwoord een resem Belgische aanvallers opsomt, die voor hem allemaal even goed wereldklasse zijn als Eden. Je kon er donder op zeggen, dat hij alle bewegingen van Hazard van buiten kende.

 

Je zag het van op voorhand gebeuren: spelbepalend moment nummer 2. De Italianen die uit volle borst ,,Fratelli d’Italia’’ uitschreeuwen voor de match, het Genovese volkslied dat jaren voor de Italiaanse éénmaking een feit werd, de Italianen opzweepte met de nodige grinta. Bij de Belgen was het een Brabançonnetje in mineur met de lippen stijf op elkaar: enkel doelman Courtois die meezong, niet toevallig de enige op niveau bij de duivels.

 

Je ziet het elke match gebeuren: Eden Hazard, de nonchalante winger die zich op elke positie van het veld mag vastlopen. In een mum van tijd krijgt de schaatsrijder drie, vier tegenstrevers om zich heen en verspeelt hij de bal. Een trainer die vanaf de zijkant roept: ,,Geef je bal af!’’ Bestaat dat nog? Ik vergelijk mezelf soms met Hazard, als ik als leerkracht, les na les, alsmaar gefixeerd geraak op die drie, vier woelwaters achteraan in de klas. De les loopt vast. Na de les is er dan een stemmetje in mij dat zegt: stop met die fixatie! Negeer ze, laat de dubbele dekking voor wat ze is en doe eens wat anders, wat onverwachts: je bal op tijd afgeven, bijvoorbeeld.

 

Ik werd Azzurri-fan op 9 juli 2006, bijna tien jaar geleden. Een feesttent op het marktplein van Dogliani, voetbal op een groot scherm. De finale van het WK in Berlijn tegen favoriet Frankrijk: op hun typische manier laten ze de veel aanvallender ingestelde tegenstrever komen, maar eigenlijk controleert Italië de match. Verdedigen kan mooi zijn: een bal onderscheppen levert applaus op. Het Italiaanse spel is dat van het positiespel, het afnemen van de bal van de tegenstander, de bal bijhouden en de snelle tegenactie in één beweging, met de vista, één splijtende pass, de omschakeling, met dodelijke efficiëntie voor het doel. En natuurlijk: al de truken van de foor, het onvergetelijke Zidane-Materazzi event, waarbij de tent bijna afgebroken werd… De totaal andere beleving van het spel.

 

En de Duivels? Ik zie het niet meer gebeuren. Het is van het WK 1986 geleden dat ze bij mij nog wat enthousiasme konden losweken: de generatie Caje, Demol, Pfaff, Renquin, Gerets, Vercauteren, Vander Elst, Vandereycken… Geen enkele wereldvoetballer was daar toen bij; het waren potige, noeste werkers, die zich de ziel uit hun lijf liepen, underdogs, maar wel een leep counterploegje, dat zowel Spanje als Rusland het nakijken gaf. Ze verdienden allen samen op een jaar tijd, wat De Bruyne nu elke week op zijn rekening krijgt, ze hadden geen nepfirma in Luxemburg, maar bezaten tenminste de intelligentie om samen te spelen. Ze wisten dat voetbal een ploegsport is. Ze gaven op tijd hun bal af aan een medemaat. Vandaag zijn de underdogs financiële topdogs geworden, maar waar is de voetbalintelligentie gebleven?

P1040901

Het Kapitalismemuseum in Bxl: om één ,,jaarloontje” binnen te halen van Eden Hazard, moet een gemiddeld werknemer 370 jaar werken. De Bruyne zit daar nog 10% boven.

 

Advertenties