Brieven van een gedeporteerde uit Stadt des K.D.F.Wagens / 2-5 mei 1943

Stadt des K.D.F.Wagens, den 2 Mei 1943.

Beminde Ouders,

Dat is nu reeds mijn vierde brief en ik heb tot nu toe nog niets van U ontvangen. Ik verlang reeds naar nieuws van U, want nieuws ontvangen is heel aangenaam. Den 28 sten April heb ik reeds een brief ontvangen van een kameraad van mij uit Kiel, het is Omer Buysse van de Zandstraat, die in een bakkerij is in Kiel.

Ik heb hier nog altijd mijn zelfde bezigheid, want op een bureau geraken is hier heel moeilijk. Ik moet hier geduld hebben; men moet hier kunnen den gepasten man vinden die kan een woordje voorspraak doen. Uit die fabriek geraken kan ik niet meer, want éénmaal dat men hier in een plaats is kan men er niet meer uitgeraken, men zit vast voor altijd. Bediende kan ik nog wel worden in de zelfde fabriek, maar dat vraagt geduld.

Gisteren met den eersten Mei heb ik niet moeten werken en heb ik eens een wandeling gemaakt naar Vorsfelde, dat dorpje ligt hier een vier kilometer van mij af en ik heb daar een jongen ontmoet van Roeselaere, die hier reeds acht dagen is. Die heeft het veel beter dan ik, want hij is coiffeur in dat dorpje en is op een kamer en hij heeft het natuurlijk beter in het eten ook.
Van mijn kameraden hier in mijn barak heb ik geen klagen: het zijn allemaal goede jongens; er zijn ook twee bedienden bij die hier in de fabriek mecanicien zijn. U ziet ze zien niet nauw op de beroepen. Mijn werk is hier ook niet zwaar en ik zal het nooit lastig hebben…

Den achtsten Mei zal ik voor het eerst geld trekken, want ze betalen hier maar maandelijks. Hier zijn er maar twee Bruggelingen; de meest Vlamingen zijn hier afkomstig van Oostende en Den Haan en dan verder vindt men er veel van Brussel.

U ziet wel dat ik u niet vergeet en veel aan U denk, want het eenigste verzet dat wij hier hebben, is een wandeling maken met kameraden en eens een glas bier drinken en dat kost hier 23 phenning. Veel geld kan men hier niet verdoen. Het eenigst waar Uw geld hier in vergaat, is in een glas bier, Uw wekelijksche sigaretten die men krijgt en een dagblad dat men koopen kan, zoals De Dag, Volk en Staat en Sport-Echo of een Fransche gazet en dat is al. Want men kan hier moeilijk aan eten geraken, zelfs nog met tabak te verwisselen, want tabak hebben ze genoeg, dat gaat goed in de grote steden om tabak te verwisselen, maar hier zijn ze verzot op goede zeep, want dat is hier meer den buiten, waar ik zit, met weinig hofsteden…

Binnenkort kom ik af in congé, maar ik weet nog niet of het drie of vier maanden is…

Uw zoon, Fernand.

fallersleben

Stadt des K.D.F.Wagens, den 5 Mei 1943.

Beminde Ouders,

U zul zeker wel raar opkijken, wanneer U zoo vroeg mijn brief ontvangt, maar ik profiteer ervan om een brief mee te geven aan een van mijn kameraden die voorgoed naar huis gaat, daar hij ziek is. Hij is hier met mij aangekomen en mag reeds na drie weken wederom terug naar België.

Ik stel het hier nog altijd opperbest en kan het toch gewend worden, hoewel ik veel aan U denk. Ik speel hier nog altijd elektricien, maar ik denk dat er reeds verandering in het spel is, want den tiende Mei komt een Duitschen hier naar de fabriek, en zal ik mijn kans wagen om bediende te worden. Hoewel het moeilijk is om bediende te worden, want er loopen hier veel Duitschers met armen en beenen af en die hebben hier de schoonste plaatsjes in de fabriek. Voor ons is het zoo moeilijk om bediende te worden, maar ik heb er veel moed op.

De laatste twee dagen is het eten meer verbeterd en hebben wij dubbel rantsoen vet en vleesch gekregen, maar met mijn brood kom ik niet toe. Daarom zou ik liever hebben dat U een pak eten opzendt, want met mijn tabak kan ik hier niets uitrichten. Voor goede zeep geven ze wel anderhalve kilo brood…

Als u ook aan melkpoeier geraken, moogt u ze ook opsturen, want wij hebben hier een stoof en wanneer we geen kolen of briketten meer hebben, gaan wij ze stelen hier in een magazijn van ons lager…

Ik ben gisteren hier te weet gekomen, hoeveel ik verdien: 50 tot 60 phenning per uur en ik moet hier tien uur werken, den zondag niet. Maar van die tien uur werk ik er misschien vijf, want ik doe hier niet veel, de Duitschers zelf werken hier niet veel, waarom zou ik dan hier veel moeten werken en dan nog, hoe meer ik hier werk, hoe langer de oorlog duurt.

De vreemdelingen hier in de fabriek werken bijna niets; hier werken er alle dagen zowat 18.000 arbeiders, waaronder wel een tweeduizend Franschen en drieduizend Italianen, maar deze gaan den volgenden maand bijna allemaal naar hun land terug om het te beschermen tegen een invasie van den Engelschman, verder nog Russen, Polen, Hollanders, Belgen, Denen, Bulgaren en nog andere rassen die ik niet ken. Er werken hier veel Poolsche en Russische meisjes, maar die worden hier ’s avonds in hun lager ondergebracht, welke omzet is van stekkedraad, wel een meter of vijf hoog, en ze kunnen er voor den ganschen nacht niet meer uit. Wij zitten hier ook rondom de stekkedraad, maar deze wordt nu verwijderd, want ons lager is maar onlangs nieuw gebouwd en alles ligt er nog overhoop; wij mogen ’s avonds vrij binnen en uitgaan en komen binnen wanneer wij willen.

Hier zijn er een gansch dorp Polen toegekomen; er zijn menschen bij van zestig jaren en kinderen van drie, vier jaren en zelfs jonger en al deze menschen slapen in barakken, waar er vroeger paarden in stonden op den blooten grond. U kunt denken hoe ze hier handelen met de Polen en dan verder met de Russen, die krijgen hier veel slagen. Want de Russen pakken en stelen hier alles wat ze onder hun oogen krijgen. De Russen verwisselen hier hun ringen voor drie of vier sigaretten. Ik kan nog veel meer schrijven over dat volkje, maar ik zal eindigen, anders zit ik hier nog morgenochtend te schrijven.

De oorlog zal niet lang meer duren. Want die groote fabriek brengt hier alle dagen maar vijfentwintig kleine auto’s voor gelijk Nonkel Leon’s, en alles is gemaakt uit blik; ze hebben bijna geen materiaal meer, verders maken ze hier bommen, maar steken er geen munitie in; alsook vermaken ze hier vliegmachienen, want ze moeten er hier alle dagen veel vermaken. Ik heb reeds de gansche fabriek door geweest en heb reeds veel gezien. Men kan hier niets meer bekomen. Hier in de winkels ligt er niets voor de vensters, want men heeft hier maar weinig winkels.

Het rantsoen sigaretten is hier voor ons verminderd; ik krijg nu nog 28 sigaretten per week in plaats van 42. Zoodus, U ziet dat ze fel achteruitgaan.

Wij hebben hier reeds driemaal luchtalarm gehad, maar nog geen Tommies gezien. De Tommies zijn hier veel gekomen in 1940, maar komen nu niet meer.

Ik zit hierop 83 km ten oosten van Hannover. Op zes km ten Oosten van Fallersleben; dat is een dorp en 4 km ten westen van Vorsfelde en rond de 80 km ten Westen van Magdeburg.

Hoe zit het met de oorlog? Ik heb hier horen zeggen dat Brugge gebombardeerd is. Is dat waar? In Tunis is het zeker al afgeloopen, en verder wat is het in Rusland?

Gelief ook een Belgisch brosje of kenteeken te koopen in Brugge, want de Belgen dragen er hier allemaal een, alsook de Franschen en Italianen, Hollanders en Zwitsers. Ik zal nu maar eindigen, want het is reeds twintig minuten voor twaalf.
Aanvaard, Beminde Ouders, mijn beste groeten en heb maar goeden moed, want binnen vijf maanden kom ik af voor goed.

Fernand.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s