Westhoek

IJzervlakte

IJzervlakte

Geen streek met meer weemoed als de Westhoek. Het blote land van ,,altijd iemands vader’’.

Vandaag was het weer van dat. Mijn collega geschiedenis organiseerde voor de leerlingen van de vijfdes een met gidsen begeleide uitstap langs het Museum van de IJzer, de ,,Boyau de la mort’’, Vladslo, de ,,zetel van Hitler’’, Houthulst, de treurende ,,Canadien’’ van Saint-Julien, om te eindigen bij Tyne Cot Cemetery. De zon scheen zoals op een prachtige meidag, maar een krachtige westenwind verraadde dat het wel degelijk 1 oktober was. Zonder wind is dit land niets. En ik was er vaak met mijn gedachten niet bij.

Hoe weinig vader uiteindelijk maar vertelde over zijn periode in de voormalige frontstreek. Hij was er geboren, korts na de Eerste Wereldoorlog, in Bikschote, in een noodwoning van het Koning Albertfonds. Toen alles er heropgebouwd was, trok hij met zijn ouders naar Sint-Andries Brugge. De Tweede Wereldoorlog maakte dat hij er willens nillens opnieuw belandde. We moesten er telkens weer naartoe, voor de grote en de kleine kermis in Langemark, bij tante Lisa en nonkel Leon. Al begrepen we als kleine koters nauwelijks waarom.

Ik zag zo’n noodwoning, een houten oorlogsbarak, die vandaag nogal Scandinavisch aandoet. Ze staat heropgebouwd naast de door mijn vader zo verfoeide IJzertoren, die intussen het Museum aan de IJzer huisvest. Dit had hij nog moeten zien.

Advertenties