Examen in het museum

Wat doe je in een overbodig geworden herhalingsweek? Voor alle duidelijkheid: de meeste leerlingen halen toch maar hun cursus boven, de avond voor het examen. Dus steek je vanuit je klas de straat over naar een museum moderne kunst. Ik vermoed zo dat er maar weinig scholen in dit land zijn, die dit zomaar kunnen doen. We hebben dat sinds drie jaar ook met theater: we steken gewoon het stadspark door aan onze voordeur en we zijn er, in de Grote Post.

Je dropt je schaapjes in een uitstekende – want vooraf geprospecteerde – tentoonstelling, ,,Masereel en hedendaagse kunst: verzet in beelden’’, laat hen proeven van de werken die er hangen en dan mogen ze een essay van maximaal 25 lijnen schrijven – ,,in de Beschränking zeigt sich der Meister’’ – over het werk dat hen het meest triggerde. Op die manier hebben ze al tien van de honderd te verdienen punten ofwel verkwanseld – omdat ze copy paste toepasten  – ofwel rechtmatig verdiend, omdat ze na een introductie van zes weken in de kunst van de twintigste eeuw, toch wel een notie hebben gekregen van waar het in de moderne kunst om gaat: abstractie of politisering van de kunst? Moet/mag kunst nog ,,mooi’’ zijn? Moet er nog een band zijn met de werkelijkheid of mag kunst een compleet nieuwe werkelijkheid in het leven roepen,  raadselachtig, mysterieus, verbijsterend, waar we met ons rationeel verstand nauwelijks nog bij kunnen? Mogen we nog aanzetten tot dromen (Panamarenko) of moeten we schaamteloos kopiëren (Panamarenko/Mesmer, anex Warhol/Koons)? Hoe zit het met de authenticiteit van de hedendaagse kunst?

Om die vragen te kunnen beantwoorden, is er nood aan beeldende vorming. Zijn de antwoorden van belang voor de economie van het land? Nauwelijks. De zonnepanelenkoning in Antwerpen zal er niet meer of minder kunstwerken  door kopen. Het vragen stellen zelf is ,,beeldende vorming’’. Wat is beeldende vorming? Moeilijk om uit te leggen: ik doe aan beeldende vorming, maar ik kan zelf niet uitleggen wat ik precies doe. En daarvoor ook nog eens betaald worden? Nu en dan, maar meestal word ik verkeerd begrepen door collega’s die geen flauw idee hebben van wat het vak cultuurwetenschappen inhoudt – en die om eerlijk te zijn, ook geen moeite doen, om het te weten te komen, omdat het hun vak niet is -, mag ik het  uitleggen als ,,op een andere manier leren kijken naar de werkelijkheid van alledag.’’

Waarvoor is dat nodig? Welnu, we hebben dat hard nodig, nog meer dan vroeger zelfs. Alleen nog maar je kunnen voorstellen, dat er een andere werkelijkheid is, dan die voorgekauwde, van social media en andere brol  gedeelde en dus geconditioneerde werkelijkheid, alomtegenwoordig op je 5,7 inch schermpje? Waar wordt de verbeelding vandaag elders gecultiveerd dan daar, in een cultus van de dood, de eeuwige terugkeer van hetzelfde?

,,Hoe zorgen volwassenen ervoor, dat ze, nadat ze de wereld van de kinderspelletjes achter zich hebben gelaten, toch in staat blijven om te spelen en zelfs om beter te leren spelen?… Binnen alle menselijke culturen  is het een primaire functie van de kunst om de ontwikkeling van de ,,speelruimte’’ te beschermen en te bevorderen. De rol van de kunst is die van het voeden en uitbreiden van ons inlevingsvermogen. In de subtiele reactie van de kenner op een complex kunstwerk kun je de voortzetting zien van de verrukking van het jonge kind dat bezig is met spelletjes en rollenspelen.’’  (1)

Velen zullen dit elitair vinden en het is maar een spel.

 

(1) Martha NUSSBAUM, Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft, p.136.