,,Hello, Pat. The Gambia is really hot. We need your prayers.’’

Ik kreeg vorige week bovenstaande twee lijntjes binnen van Abdulai Sesay. Ik ken Abdulai sinds de tweede inleefreis in 2010 die we met leerlingen van het atheneum maakten naar Banjul (The Gambia). Nadien verwaterde het project met de partnerschool Muslim Senior Secondary School, waar Abdulai  ICT-les geeft; de contacten bleven sporadisch onderhouden via FB, bij jaarwisselingen en grote (politieke) gebeurtenissen. Zo kreeg ik van hem steunbetuigingen na de aanslagen in Brussel van 22 maart vorig jaar. Bij de presidentsverkiezingen van enkele weken geleden en de uitslag die een ommekeer moest betekenen in zijn land, had ik hem ietwat stoutmoedig veel geluk toegewenst. Maar er was eigenaardig genoeg geen enkele reactie van hem. Ik vond het niet raar; het internet in The Gambia werkt soms meer niet dan wel en misschien was mijn berichtje gewoon verloren geraakt.

p1010704

Intussen is de reden van zijn zwijgen iets duidelijker. De scholen zijn al enkele weken gewoon dicht. Vele Gambianen waren de jongste weken op de vlucht: ze vrezen een bloedige afrekening. De door iedereen gevreesde Yahya Jammeh zou eerst aftreden en de scepter doorgeven aan zijn overwinnaar en opvolger Adama Barrow, maar bleef uiteindelijk toch zitten en riep de noodtoestand uit. De naburige landen van het ECOWAS (een economische unie van zestien West-Afrikaanse landen) lieten het hier niet bij.  Ze mobiliseerden soldaten aan de grens om het kleine land binnen te vallen en Jammeh alsnog af te zetten. Andere buurlanden, zoals Mauretanië  probeerden te bemiddelen. Cruciale vraag was natuurlijk hoeveel steun Jammeh nog genoot bij het leger, zonder echter de Green Boys, zijn elitekorps, te vergeten.

Met zoveel onberekenbare factoren voor ogen, sloeg, wie dat kon, op de vlucht. Abdulai verblijft met zijn gezin en kinderen in  het noorden van het land vlakbij de Senegalese grens in een huisje, dat hij tijdelijk huurt en deelt samen met een andere familie.

Intussen is sinds zondagavond laat de situatie omgeslagen: Barrow legde de eed af in buurland Senegal, waarop Jammeh de biezen nam naar Guinée, echter niet zonder eerst de schatkist van het land te hebben leeggehaald; zijn geblindeerde limousine waarvoor destijds het vrijwel onbestaande verkeer een half uur werd stilgelegd als hij vanuit Banjul richting Serrekunda moest, was reeds verpatst in het buitenland. Geen nieuws over de Green Boys, die steevast tot de tanden bewapend de colonne begeleidden.

Het was altijd een beetje een vies beeld in het land van de ,,smiling coast’’ en ,,Never a problem in The Gambia’’! Vanuit ons toeristenresort zagen we ze ’s morgens vroeg passeren, in gestrekte draf lopend, met de stengun schietensklaar gekruist voor de borst, de van ernst, strak staande blik recht vooruit, op en top concentratie. Onze patrouillerende para’s in de straten van Brussel en Antwerpen tegenwoordig, zijn vriendelijke koorknapen daarmee vergeleken.

Wie weet opent de politieke ommezwaai nieuwe perspectieven. Terwijl de westerse reisoperatoren hun toeristen vorige week in een snel tempo repatrieerden, namen Abdulai en de zijnen de vlucht noordwaarts. Ik zie ze in gedachten voor mij: op een volgepropte veerboot naar Bara, de overkant van het brede estuarium van de Gambia-rivier, niet alleen een gevaarlijke oversteek vanwege de stromingen en getijden. Op een gewone werkdag was het dienstdoende ferry-wrak al een overhellende Herald of Free Enterprise, overvol en te zwaar geladen. Wat moet het dan geweest zijn met duizenden Gambianen op de vlucht, richting Senegalese grens? Vervolgens langs de hoofdroute richting Dakar met wie weet muitende soldaten langs de weg?

Dat behoort nu allemaal tot het verleden. Misschien is er weer iets mogelijk, wie weet? Niet dat het schoolproject rechtstreeks stopgezet werd vanwege de dictatuur in dat land. Het was veeleer een indirect gevolg van het feit dat er bij een tegenbezoek van de Gambianen uit Banjul aan Oostende, altijd wel ergens een leerling of leerkracht, eieren koos voor zijn geld en hier onderdook om niet meer terug te keren naar het thuisland. Het Oostends stadsbestuur dat deze uitwisselingen financierde, kon dit politiek niet meer verantwoorden, tegenover de rechtse, xenofobe oppositie. Het zette de subsidies voor uitwisselingen vanuit Banjul richting Oostende stop; bezoeken van hieruit konden wel nog. Maar dat vonden wij dan weer geen evenwichtige basis om als partnerscholen samen te werken.

De contacten verwaterden, hoe jammer ook. Ik heb de beste herinneringen aan de National Cleaning Day, de oestervrouwen in de mangroves, de vissersdorpen met hun visrokerijen, de markt van Serrekunda, zijn etnologisch museum, de heilige krokodil Charlie van Bakau,  mijn ,,lectures’’ in de partnerscholen voor klassen van zestig, zeventig leerlingen, volgepropt met z’n drieën op bankjes van twee, waar mijn keel al na vijf minuten kurkdroog stond, de madrassa’s en de koranscholen. De moeilijkere momenten met de verborgen agenda’s van het overwegend aanbod van jongens tegenover onze al te eenzijdig samengestelde meisjesgroep; het feit dat je er ook altijd gezien wordt als de rijke weldoener; Sir Dembo primary school dat we zouden adopteerden en dat vol zat met kinderen van vluchtelingen uit het naburige Sierra Leone; het paragraafje van vijf regels over de Belgische koloniale ,,wandaden’’ in Congo, in de officiële handboeken geschiedenis… Misschien komt het nog allemaal eens terug.

Vervolgens kwamen de vernietigende Amnesty-rapporten over Jammeh: over vervolgingen van zogenaamde heksen, heropflakkerend tribalisme, het collectief uitmoorden van hele dorpen in het binnenland: nadat de dorpelingen eerst dronken gevoerd werden met de kruidenmengsels van Jammeh – hij stamde af van een familie van medicijnmannen en beweerde dat hij aids kon genezen met kruiden – om vervolgens als heksen afgeslacht te worden; journalisten en holebi’s die in de gevangenis eindigden. De gebeurtenissen leken ons gelijk te geven, om de zaak op zijn beloop te laten, al is de bevolking zelf, mijn collega’s aldaar, allerminst mee geholpen, wel integendeel.

We zochten naar voor onze school de gemakkelijke uitweg – moet ik met enige schaamte bekennen – meer interessante subsidieprogramma’s binnen het veilige Europa: Comenius, Erasmus+, e-Twinning en vonden die ook, met meer geld, maar ook meer leerlingen die konden participeren: onderwijssystemen die min of meer vergelijkbaar waren met het onze, betere communicatiemogelijkheden, dichter bij huis en ook betaalbaar; intussen verkommerde Gambia.

En nu? We komen zelfs in het veilige (?) Europa in de problemen: met Cononect-partnerscholen in Turkije en Griekenland, zelfs voor deze beide landen is het al niet meer zo evident, om er met een grotere groep leerlingen naartoe te trekken. Opnieuw een keerpunt? Wat is er aan de hand met de globalisering? We beleven een keergolf, zoveel is duidelijk. Iedereen plooit zich op zichzelf terug, wat ons natuurlijk geen stap vooruit helpt.

Ik ga Abdulai schrijven, hem laten weten, dat de westerse media in het laatavondnieuws gisteren lieten weten dat het tijdperk Jammeh definitief voorbij is, maar dat ook de schatkist leeg is. Misschien kunnen we met beide scholen een gemeenschappelijke blog starten, als aanzet. Misschien herademen mensen in The Gambia, zoals na het maanden durende droogseizoen, bij de eerste regendruppels, nu na 20 jaar ook dictator Jammeh tot het verleden behoort.

Advertenties