Over diversiteit in het onderwijs

Kun je rond een op het eerste zicht puur technisch-natuurwetenschappelijk onderwerp zoals de wenselijkheid van een energie-atol aan onze Noordzeekust een onderzoeksproject bouwen dat de interesse wegdraagt van leerlingen van alle studierichtingen binnen een ASO-school? Het antwoord is volmondig ja. Het onderwerp ,,energie-atol’’ lijkt alleen maar op het eerste zicht ,,gefundenes Fressen’’ voor aanstaande fysici, maritieme biologen, techneuten-ingenieurs of oceanografen. Energie doordringt ons leven en ons voortbestaan hangt ervan af. Hoe en waar we onze energie produceren is natuurlijke een belangrijke vraag, maar die vraag kun je tegelijkertijd maar beantwoorden, als je eerst nagaat hoe energie sociaal-maatschappelijk op ons inwerkt: onze mentale afhankelijkheid van energie bvb. Hoe we denken over energieschaarste heeft onvermijdelijk te maken met ons wereld- en mensbeeld; hoe is het leven met een budgetmeter, met energiearmoede? Waarom willen we altijd en overal dat het licht brandt, maar het opwekken van die energie gebeurt liefst niet in onze achtertuin of binnen de horizon van ons appartement met zeezicht? Maar aan die kustlijn is historisch gezien toch al één en ander veranderd, zo blijkt? Dus… Hoe zit het met onze bereidheid om ons consumptiegedrag te veranderen, als het klimaat verandert? Hoe ver gaat ons bewustzijn eigenlijk over de schaarste van energiegrondstoffen op onze aardbol? Ons energiepatroon veranderen noodzaakt ons tot politieke beslissingen: het is niet zomaar een puur technische kwestie: veeleer is het een kwestie van de polis, van ideologie, van wereldbeeld, van cultuurhistorische evoluties. De van onze leefwereld afgesplitste systeemwereld komt hier onvermijdelijk ter discussie, is onderwerp van maatschappelijk debat, ministers nemen hierom ontslag, zou Jürgen Habermas zeggen.

Ere wie ere toekomt: vier van de negen leerlingen die dinsdagavond doordrongen tot de finale voorstelling van de onderzoeksprojecten omtrent dit ogenschijnlijk ééndimensionaal natuurwetenschappelijk onderwerp,  komen uit 6HWe: het laatste jaar humane wetenschappen. Ze hadden alle vier elk op zich het ontegensprekelijk talent om hun publiek te overtuigen van de degelijkheid van hun onderzoeksconclusies. Ik had er zelfs nog twee razend interessante, inhoudelijk sterke onderzoeksprojecten kunnen aan toevoegen, uitgewerkt door drie andere leerlingen uit 6HWe, maar omdat ze een voordracht voor een relatief onbekend publiek niet zagen zitten, haakten ze jammer genoeg af.

Hun underdoggevoel is niet mijn verantwoordelijkheid, maar misschien eerder een gevolg van schoolmanagers die het niet kunnen nalaten om een ASO-richting als humane wetenschappen clichématig als niet echt volwaardig te bestempelen, zich dan nog baserend op foute cijfers, arbitrair weggeplukt uit het eerste het beste populariserend, meest gelezen dagblad in Vlaanderen. Deze ,,schoolmanagers’’ die vervolgens de onderdirecteurs binnen een scholengroep coördineren, maar vooral indoctrineren, hebben zelf nooit één lesuur voor de klas gestaan in een richting humane wetenschappen, kennen het profiel van een leerling humane wetenschappen niet en weten bijgevolg niet over wie ze het eigenlijk hebben. Ze hertekenen ons scholenlandschap, liefst lukraak vanuit een paar economische parameters, zoals de onkosten voor een oud schoolgebouw, de omkaderingscoëfficiënten en te verwachten werkingstoelage per leerling. En daar stopt het dan ook.

Net daarom geeft het onderzoeksproject te denken, zeer veel te denken. In de eerste plaats over ons energiepatroon, maar nog veel meer over ons onderwijssysteem, dat aan hervorming toe is en opnieuw dreigt te verzanden in een oeverloos gepedagoochel, wie weet conservatisme, maar vooral in veel gecijfer over uren en budgetten en des te minder in een visie op mens en maatschappij, leerling en leerkracht en een school die daarbij past.

De rijkdom van zo’n onderzoeksproject, zijn conclusies en het leerproces waarmee het gepaard ging, liggen nu net in zijn ,,diversiteit’’, waarmee ik bedoel: de diversiteit van de studierichtingen en vakdisciplines binnen dewelke leerlingen het energievraagstuk in onze school onderzochten en helemaal niet in het ééndimensionale van deze of gene natuurwetenschappelijke of STEM-aanpak. Ik weet dat ik hiermee inbeuk op een aantal heilige huisjes van de recente herstructurering zoals deze binnen de scholengroep aan zee van het GO nogal onoordeelkundig werd aangepakt en daarom intussen logischerwijs  al weer op ,,on hold’’ werd geplaatst.

 

Die diversiteit van de verschillende studierichtingen in het algemeen secundair onderwijs, maar dit geldt evenzeer of nog meer voor scholen met TSO, KSO of BSO-richtingen, en de verscheidenheid van vakken en de leerlingen die er zich thuis in voelen, is een conditio sine qua non in een secundaire school. Om de eenvoudige reden dat elke school best de afspiegeling is van de maatschappelijke werkelijkheid. Wat is een ingenieur waard, als hij een schitterend ontwerp voor een energie-atol tekent, maar daarmee bot vangt bij de politicus, die dit project moet verkopen aan zijn regeringspartners in een klimaat van bezuinigingen en het politiek compromis moet zien te vinden? Is de economisch meest rendabele oplossing ook de beste voor de rijkdom van planten- en diersoorten aan onze kust? De wetenschapper-ingenieur zit niet opgesloten in zijn labo. Neen, vroeg of laat moet hij over zijn energie-atolproject aan tafel met de politicus, de boekhouder die het project betaalbaar houdt, de maatschappelijk werker die dagelijks onderhandelt over budgetmeters, de ornitholoog, de vastgoedmakelaar, de filosoof. En dan moet hij – last but not least – ook nog es de kracht hebben om te overtuigen: de taal, liefst aangevuld met wat oude, Latijnse retorica, de welsprekendheid, de captatio benevolentiae, zo veronachtzaamd vandaag, maar daarom des te meer waardevol.

P1060567

Jasper Nollet, begeesterend en vanuit een ecologische bekommernis: er is geen Planet B.

P1060565

Lise Heusequin en Lotta Maseman in juridisch vaarwater met het Maritiem Ruimtelijk Plan voor onze kust en de vraag of het atol daarin past.

P1060569

Axelle Vanhaecke (midden) en Olivier Badert (tweede van links) modereerden het politiek debat over ons actueel energiebeleid met Romina Vanhooren (Jong VLD), Aaron Ooms (Jongsocialisten) en Belinda Torres-Leclercq (Jong Groen). Comac/PVDA en Jong CD&V waren verontschuldigd; Jong N-VA en Vlaams Belang gaven geen antwoord op de uitnodiging.

Advertenties