Tijdperk van de getorste wig

Nu onze prachtige esdoorn door vakmensen geveld werd, komt het zware werk voor ons er nog aan. Het kleineren van stam en zijtakken zal wel enkele maanden in beslag nemen, zo rekende ik uit. Ik ben er in geslaagd om na een paar vruchteloze pogingen een kleine doorbraak te forceren in wat op het eerste zicht een uitzichtloze opdracht leek. Stammen met een diameter van ruim één meter in tweeën krijgen. Het kan. En wel met de getorste wig. Na een paar vergeefse pogingen met de klassieke wiggen, investeerde ik in een vrij korte, maar stevige, getorste wig. De draaiing van de wig scheurt het hout gemakkelijker open, dan wanneer je rechttoe, rechtaan klopt op zo’n klassieke, rechte wig. Zo verzekerde de baas van de stock américain in Kooigem mij. Ik ben er hem eeuwig dankbaar voor. Gisteren slaagde ik erin om voor de eerste keer zo’n zware jongen in tweeën te krijgen, na wat voorafgaand slopingswerk aan de zijkant. Het was niet het gemakkelijkste stuk, want het zat vol knopen en vertakkingen, zo bleek. Nu liggen er nog zowat 25 jongens en meisjes van dat kaliber te wachten om gekloven te worden.

Ik begon mezelf al te beklagen dat we onvoldoende een ecologische velling overwogen hadden. Bij zo’n ecologische velling blijft de hoofdstam gewoon staan en laat je de natuur het slopingswerk verrichten: zwammen, kevers, spechten en allerlei klimplanten nemen dan bezit van de hoofdstam en als je heel creatief bent kunt je er hier en daar nog gezichtjes in beitelen. Dat hebben we dus niet gedaan: we kiezen voor het rendement van het hout als verwarming. Het zou ook geen zicht geweest zijn: zo’n begroeide phallus impudicus in het midden van de tuin, met het eeuwige gezaag van een buurman erbovenop die toch nog had kunnen vrezen dat het ding ooit es zou omwaaien tegen zijn tuinmuur.

Advertenties