Conservation through development, maar niet in K-town

Zes interessante getuigen liet Int-Herit aan het woord tijdens een panelgesprek over herbestemming van cultureel erfgoed en hoe dit een meerwaarde kan betekenen voor een stad. Int-Herit streeft naar een duurzame inzet van erfgoed als hefboom voor de socio-economische ontwikkeling van een stad of regio. De intercommunale Leiedal volgt dit project dat deel uitmaakt van Urbact, een Europees programma dat steden helpt bij duurzame ontwikkeling. (1)

Lokale gemeentebesturen blonken uit in afwezigheid, een tweetal Kortrijkse gemeenteraadsleden uit de oppositie niet meegerekend. Het publiek kwam overwegend uit het buitenland. Het eerste deel was een overwegend ,,goed nieuws”-show met een resem ,,good examples” van hergebruik van cultuurhistorisch waardevol erfgoed. Het architectenbureau van Ralf Coussée mocht de spits afbijten met realisaties zoals de jutefabriek (Roeselare), de oude Vleesmarkt in Gent centrum, de distillerie met silo’s van Axel Vervoort en Transfo Zwevegem, dat het internationaal gezelschap ’s morgens al bezocht had.  ,,Wars van elke nostalgie vertrekken we nooit van een tabula rasa,” zei Coussée. ,,We zien erfgoed als een waarde vanaf het begin en voegen zaken toe, liever dan af te breken.” En: ,,Wonden van de tijd laten we; we zien ze niet als een probleem, maar streven naar een sterke mix van oud en nieuw. Nieuwe architectuur wordt gezien als hulpmiddel om het oude te herwaarderen.”

Van overheidswege kwamen Frederik Mahieu (Vlaams agentschap onroerend erfgoed) en Leiedaldirecteur Filip Vanhaverbeke aan het woord. Beiden trokken de kaart van inventarisatie, maar misten duidelijk de visie op waar een overheid meer sturend en sensibiliserend kan optreden, om sloping – in de meeste gevallen nog steeds de gemakkelijkheidsoplossing – te vermijden. Vooral het voorbeeld van een afschuwelijk woonproject, frontaal tegenover de O.L.Vrouwkerk in hartje historisch Kortrijk, dat bestempeld werd als ,,medium locus value” vonden we nogal ongelukkig gekozen. Als deze site op de hoek O.L.Vrouwstraat-Deken Zegerplein volgens de intercommunale slechts medium kwaliteit biedt, vragen wij ons af welke sites er dan wel nog een hoge kwaliteit hebben. Je kunt dus alles inventariseren en in kaart brengen, maar tegelijkertijd dermate flauwe standaarden hanteren, zodat stedenbouwkundig alles er toegelaten is, zo leren we hieruit. Zo komen we natuurlijk nergens in dit lelijke land…

Nadien kwam er nog een projectontwikkelaar van Vanhaerents aan het woord, die duidelijk commerciële troeven ziet in herbestemmingsprojecten (de sites van de militaire hospitalen in Oostende en Antwerpen), Picanol Ieper, Tabaksfabriek Menen. Het vinden van een nieuwe functie staat voorop, aldus de projectontwikkelaar, en daarbij mogen er niet teveel reguleringen in de weg staan. Als durven ,,Out of the box”-denken,  bestempelde hij dit. In de vragenronde was hij kritisch voor het Transfo project in Zwevegem, waar de ,,noodzakelijke software” niet aanwezig is.  Positief was wel dat hij pleitte voor een globaal masterplan waarbinnen zo’n project moet passen, met een herwaardering ook van de publieke ruimte erom heen, in Vlaanderen nogal eens een probleem.

Nadien brachten Annemie Bernaerts en Pascal Vandenhende (boekenhuis Theoria) nog een ode aan het Casino van Kortrijk, waar hun boekhandel onderdak vond en ook niet alles rozengeur en maneschijn is (cfr. restauratie wandbekleding traphal, strenge voorschriften zonnecellen).

Adriaan Linters mocht de pijnpunten van het herbestemmingsbeleid in Vlaanderen blootleggen, om eindigen met een Catalaanse voetnoot. (2) Zijn filmpje contrasteerde pijnlijk met de totale desinteresse bij stad en bevolking voor het herbestemmen en integreren van de Kortrijkse Blekerij, het oudste industriële gebouw in de regio, dat vandaag met sloping bedreigd is, vanwege projectontwikkelaar Ghelamco. Linters staat al ruim veertig jaar op de barricaden voor het behoud van industrieel erfgoed, maar stelt nog altijd vast dat één van de basisvoorwaarden om op een gepaste manier met ons cultureel vastgoed om te gaan, totaal ontbreekt bij lokale besturen: de nodige kennis over wat we best behouden en hoe we het kunnen herbestemmen.

Ander pijnpunt: in Vlaanderen gaat 60% van alle restauratiegeld exclusief naar kerken; alle kastelen, fabrieken, huizen, machines, scholen, molens, varend erfgoed, in dit land, mogen de rest onder elkaar verdelen. Een schrijnende scheeftrekking waar nauwelijks enige beweging in komt. Dialoog en coöperatie met lokale bevolkings- en actiegroepen is veel meer nodig, vindt Linters, daar waar nu onwetendheid bij overheid en apathie bij de bevolking heerst. De overheid moet in verband met herbestemming aansturen op meer overleg en samenwerking met lokale bevolkings- en actiegroepen. Hopelijk waren er omwonenden van de Vetex-site onder het publiek…

Even pijnlijk was de uitsmijter van Coussée dat we behalve het stadslandschap best ook oog blijven houden voor het natuurlandschap: want wat doen we intussen met het landschap?  Eventjes kwam het vlasroterijproject van Leiedal ter sprake in Kuurne en gelukkig was er geen Kortrijkse schepen aanwezig. Kortrijk had gelijkaardige opportuniteiten liggen met de vlassite aan de Oliemolenstraat in Bissegem, maar greep de kans niet. Het kiest ervoor om de verlaten industriële sites, waar de natuur op kleine enclaves of restgronden, opnieuw de bovenhand neemt, langs de Leie vol te poten met spuuglelijke woontorens. Of deze woonvorm jonge mensen naar de stad zal lokken, is maar zeer de vraag. Jongeren willen vandaag misschien wel iets anders dan een gestandaardiseerd konijnenhok 24 hoog.

 

 

 


(1) https://mail.google.com/mail/ca/#sent/161904ecb7951223

(2) https://mtvo-bcn.blogspot.be/2011/12/can-batllo1849-1889-la-ciudad.html

 

 

Advertenties