Rond Grandval- en Kooigembos

We wandelden 6 km knooppunten af binnen het Land van Mortagne, meer bepaald met start aan 60, via 77, 76, 75, 74, 73, 62, 61 en terug naar 60, met start en aankomst aan Seynaeves kapelletje, een niet beschermde veldkapel uit 1858 langs de Tontestraat. Op deze driesprong kun je ook je wagen veilig achterlaten. Hoogtepunt in deze wandeling waren volgens deze tijd van het jaar (half april) de velden blauwe boshyacinten in het Grandvalbos. Voorbij de Pevergnestraat verloopt deze luswandeling echter nog een groot stuk via verhard asfalt en beton. Vooral in de Kaveiestraat wordt naar mijn goesting veel te hard gevlamd; het is een soort ringweg om het centrum van Sint-Denijs te ontwijken, terwijl je er prachtige vergezichten hebt op Kooigembos en de dorpskern van Sint-Denijs met de Kluisberg op de achtergrond. Het laatste stuk via de Kooigembosweg kenden we al.

Het Grandvalbos (8 ha) en het Kooigembos (5 ha) vormen samen één bosrelict van ongeveer 13 ha. De twee bossen worden van elkaar gescheiden door de Kooigemstraat. ‘Grandval’ was de naam van een middeleeuwse heerlijkheid. Het Grandvalbos ligt volledig op Sint-Denijs. Het Kooigembos situeert zich voor een klein deel op het
grondgebied van de stad Kortrijk. Het Kooigembos, het Grandvalbos en hun onmiddellijke omgeving werd in 1982 gerangschikt als beschermd landschap. Het Grandvalbos is deels een eiken-haagbeukenbos. Ook populier en hulst komen voor. In het voorjaar kunnen we genieten van de bloei van de wilde boshyacint. Later in het jaar bloeien en geuren hier de gevlekte aronskelk, muskuskruid, grote muur en kruipend zenegroen.

In 1991 werd ongeveer 3 ha van het Grandvalbos aangekocht door het Vlaamse Gewest. Het bos wordt thans beheerd door Agentschap Bos en Natuur. Tevens werd de openbare weg door het bos, namelijk de Pe(r)vergnestraat, in ere hersteld en opnieuw open gesteld als wandelweg. De wijziging van het Gewestplan van 1998 voorziet in een toekomstige bosuitbreiding van het Grandvalbos met circa 6 ha. Maar op dat vlak is er de voorbije twintig jaar nog niet zo veel gebeurd.

Onderweg kom je halfverweerde pancartes tegen van acties ter bevordering van het biotoop van de zogenaamde akkervogels. Dit is zeer merkwaardig, omdat dit type van vogels tijdens mijn wandeling uitblonken door hun afwezigheid. Aan de oostkant van het Grandvalbos is zo’n strook voorbehouden om opnieuw het ideale biotoop te creëren voor deze vogelsoorten. We citeren even de educatieve bedoelingen:

,,Een gemengde grasstrook wordt aangelegd door hoogproductieve grassen dun in te zaaien. Als er dan in verschillende fasen wordt gemaaid, ontstaat een grasmat. met veel structuur. Ze is rijk aan zomervoedsel: insecten, zaden; en geeft broedende akkervogels de kans om hun jongen groot te brengen. Zo is de veldleeuwerik bijna uitgestorven in onze contreien, omdat de zomertarwe nauwelijks nog geteeld wordt, een gewas dat de ideale hoogte bood en dekking voor het nest.”

Behalve tijdens een vorige wandeling niet ver van de Tontekapel, heb ik in heel dit gebied geen enkele tierelierende veldleeuwerik gehoord, daarentegen wel een dertig meter brede Delvano-sproeimachine…

Erger is het nog gesteld met de grauwe gors en de patrijs, nagenoeg uitgestorven. Fazanten vliegen er genoeg rond, maar daarvan weten we sinds jaar en dag dat die uitgezet worden door jagers. Een patrijs heeft graag een haaglandschap en gorzen broeden in het gras, maar door de teloorgang van de biodiversiteit in onze landbouw, zijn beide soorten nagenoeg verdwenen. Eén koppel kieviten – eerder een weidevogel – vormde een aangename verrassing. Ik vraag me af of de beheersovereenkomsten tussen de landbouwers en de Vlaamse Landmaatschappij in die zin geëvalueerd worden: misschien is de tijd gekomen om te constateren dat er wat meer inspanningen moeten gebeuren om deze vogels terug te krijgen. Of zijn we tevreden met zo’n halfverweerd educatief bord met de boodschap van: ,,Hier broedde ooit de…”?

 

 

Advertenties