De Stilte van Ferrara (Via Bellaria, 4)

Oh verlaten schoonheid van Ferrara,

Ik bewonder je zoals wanneer haar gelaat

zich over ons hart buigt,

om de vrede van haar ver geluk te vinden:

ik zal je klare luchten en rivieren bewonderen,

waar zich jouw goddelijke melancholie muzikaal sluit.

 

En ik zal je meer bewonderen

dan je dode vrouwen

en de zachte glimlach die me ontgoochelt.

Uit je hogere sferen put ik troost.

 

Je stille kloosters zal ik loven

de menselijke pijn met wol omzwachteld

sereen is de zang van de nachtegaal

dronken van woede.

 

Ik zal je vlakke straten bewonderen

als brede stromen

die tot in het oneindige meevoeren

wie eenzaam

met zijn oplaaiende gedachten loopt

en waar alle deuren en poorten

in stilte de straten beluisteren

waarachter een verborgen smid

op het aambeeld klopt

en de droom van genot is er begraven

onder de naakte stenen:

dat is jouw lot.

 

Gabriele D’Annnunzio,  ,,Il Silenzio di Ferrara’’ uit: Nuovo Antologia, 1899.