La ninfa del corbezzolo

De olijfgaard gemaaid, in enkele uren tijd met behulp van de tramontana, na de grote hittegolf. Na voorovergebogen grond en bodem te hebben afgespeurd, richt de blik zich na het maaien automatisch ten hemel. Monet beet twee zomers lang in Bordigheira zijn tanden stuk op de glinsterende schittering van wuivende olijfblaadjes in de zon; met dit gefilterde licht vergeleken was de kathedraal van Rouen maar een oefening.

Onafscheidelijke metgezellen dit jaar tijdens mijn maaibeurt: een koppeltje Charaxes jasius, de Jasiusvlinder of Pasja, familie van de weerschijnvlinder, de Nijmeegse Kapel, maar dan wel uitgerust met twee schitterende blauwogige staartjes, alleen maar te vinden in het Middellandse Zeegebied, in Italië dan nog enkel maar aan de  westkust, de Tirreno en de Golf van Genua en niet aan de Adriatico. Een schitterende vlinder met in het Italiaans de al even poëtische naam ,,la  ninfa del corbezzolo’’ – nimf van de aardbeiboom  –  die zijn eitjes legt op de al even fascinerende plant, de aardbeiboom of corbezzolo, zoals hij hier genoemd wordt. De vleugels van de vrouwtjes halen een spanwijdte van 9 cm, waarmee deze vlinder de grootste in Europa zou zijn. De ontdekking van deze vakantie. De bovenvleugels – diep kastanjebruin met een feloranje dikke zoom – krijg je niet te zien, de complexe ondervleugels van een zittend exemplaar, wel.

Advertenties