San Rocco 2018

De locals waren van de partij, maar het San Rocco-gebeuren  was dit jaar allemaal een beetje overschaduwd door de infrastructuurramp in Genua. En tegen wie of waarover je ook een gesprek begon, vroeg of laat kwam je toch op het onderwerp over wat er  gebeurde op de brug en waarom het zo moest aflopen. 0nze buren die al meer dan veertig jaar in het centrum van de stad wonen, zijn vandaag, daags na San Rocco, naar hun stad teruggekeerd. Het wringt, morgen is er een dag van nationale rouw en alle vlaggen moeten halfstok en dan zou je niet in je stad aanwezig zijn.

Zo blijven wij ook een beetje verweesd achter, ook al zomert het nog volop en gaan we straks opnieuw flink boven de 30 en nog is San Bernardo (komende maandagavond 20 augustus) niet gepasseerd en de wijnfeesten in Salea (Pigato) en Pornassio (Ormeasco) moeten nog komen, maar het lijkt allemaal al een beetje voorbij. Onwillekeurig denken we zelf al aan terugrijden, de Alpen over, naar het intussen regenachtig geworden noorden.

De ,,locals’’ dus, dat zijn de mensen van Guagnolo, Caio, Caselle en San Damiano, die er permanent of semi-permanent verblijven, aangevuld met de zomergasten, waartoe ook wij behoren. 41 mensen bijeenkrijgen in een borgo, waar anders niemand meer permanent verblijft, het blijft toch elk jaar opnieuw een krachttoer en we zijn ook een beetje fier dat we daaraan mogen meewerken.

Nieuw dit jaar, want elk jaar zijn er toch ook wel wat nieuwigheden te noteren. In Caio, een borgo aan de overkant, woont een schrijfster/blogster Chiara M. Maar ze schrijft bewust niet over lokale aangelegenheden. Ik wou weten waarom en het heeft te maken ,,met het behoud van privacy en het feit dat ze hier de anonimiteit vond die ze zocht en dat ze dat niet zomaar te grabbel wil gooien; het is hier rustig wonen en dat is goed zo,’’ zegt de vrouw die afkomstig is uit Alassio,  daar ook werkt en vaststelt hoe steeds nieuwe mensen komen en gaan in Alassio, om er een korte tijd de kuststad op te consumeren, om ze vervolgens te laten vallen en weer andere oorden opzoeken. Zo had ik het nog nooit bekeken. We komen zelden in Alassio, enkel in het voorjaar, op Nieuwjaardag of op tweede Paasdag, een keer, voor een strandwandeling, als al die koterij in winter en voorjaar verdwenen is. Maar ik kan er mij wel iets bij voorstellen, vanuit het standpunt van iemand die geboren en getogen is in Alassio. Ze toont me haar huis aan de overkant van de vallei, het huis met de ,,persiane verde’’.

Van onze twee Australisch-Frans-Britse expats, die ook van de partij waren, vernemen we dat we op het bluesoptreden van vorige week zaterdag, toen we vast kwamen te zitten in een tunnelfile even voorbij Cesio na een zwaar verkeersongeval, de Britse Italië-schrijfster Annie Hawes gemist hebben. Blijkbaar heeft ze Diano Arentino geruild voor de Arroschia-vallei, is ze intussen gescheiden van haar Italiaanse Ciccio, maar kan ze de regio desalniettemin geen vaarwel zeggen. Geen trilogie dus, na ,,Extra Vergine’’ en ,,Rijp voor de pluk’’, wel andere schrijfprojecten. Ik heb beide romances graag gelezen, ook al horen ze thuis in de typische Italië-literatuur van Engelstalige schrijvers die het noorden kwijt zijn aan de Middellandse Zee (Provence of Liguria of Toscane, doet er niet toe).

Van Giorgio kreeg ik een privé-sessie hoe olijfbomen gesnoeid moeten worden. Maar eigenlijk komt het erop neer dat je ,,the eye/l’occhio’’ moet hebben, om het goed te doen. Maar ook al snoei je eens verkeerd, een olijfboom haalt dit zonder meer op. Eigenlijk kun je niet veel verkeerd doen, verzekerde Giorgio me. Een flinke geruststelling, ook al ben ik niet van plan om nu meteen het mes te zetten in de kruinen van onze enkele, overjaarse bomen. Wij hoeven er niet van te leven, van die opbrengst. Wat de bomen opleveren, is mooi meegenomen en verder reikt de ambitie op dat vlak niet.

Advertenties