Hart boven hard (4): quo vadis? Parade nr.2

Volgens politiecijfers minder dan vorig jaar (14.000), maar ’t waren er minstens evenveel als vorig jaar, denk ik dan: 20.000 of meer  deelnemers aan de tweede grote Parade van Hart boven hard. De tien hartenwensen van vorig jaar bleven op de achtergrond meespelen, maar vooral de vluchtelingen werden gesteund, niet het meest voor de hand liggende en populairste, maatschappelijk heet hangijzer, als je naar verbreding en verruiming zoekt, maar anderzijds kun je moeilijk omheen de miserie kijken en dus een terechte keuze. Het nieuwe oorlogstuig, de voortschrijdende verpaupering, de ontmanteling van de sociale zekerheid en culturele voorzieningen, het democratisch deficiet, het klimaat, daarover ging het natuurlijk ook allemaal, maar de vluchtelingen verdienen alle steun, nu ze als pasmunt dienen voor Europa’s geopolitiek in het Nabije Oosten.

Waar het naartoe gaat met Hbh? Ik weet het niet. Soms ben ik geneigd te denken, dat het allemaal niet veel zoden aan de dijk helpt aanbrengen. Maar nu de vakbonden niet meer mobiliseren, lijkt het wel de enige middenveldorganisatie – organisatie of beweging? Zelfs dat is niet duidelijk – die nog bij machte is om een massa met meer dan vier cijfers op een rij op de been te brengen. Het wollige halfzachte van heel het Hbh-gebeuren drijft me langs de ene kant soms tot wanhoop, maar het verbindt, overbrugt, verenigt verzet. Er is nog verzet: laten we daarmee voorlopig voortdoen.