Picasso/Sculpturen/Bozar

Hoe meer ogen Picasso schilderde, tekende, boetseerde, kerfde, beitelde, des te meer ogen kom je te kort.

Deconstructie van het lichaam:  de toeschouwer moet het opnieuw samenstellen. De puzzel vermoeit. Waar hoort dit vermorzelde stukje thuis? Nergens en overal. De kunstenaar verbrijzelt de werkelijkheid. Als toeschouwer zit je met de scherven. Waarnaar verwijzen ze? Wat is hun verhouding? Passen ze nog wel samen?

Waar is het edele materiaal gebleven? Het materiaal vind je even goed in de natuur, als op een stortplaats, de zolders, de kelders van de wereld. Daar horen de zaken die we dachten af te kunnen  schrijven, toen we ze weggooiden. Niet zo bij Picasso: het nutteloos geworden ding krijgt opnieuw zin, het wordt gered door de kunstenaar. In zijn universum is alles bruikbaar, ook het waardeloze.

Geen kunstenaar uit de twintigste eeuw overspant beter de rampen van zijn eeuw. Geen kunstenaar haalde Europa meer uit het centrum om zich te laten inspireren door verloren gewaande continenten, zaken uit andere werelddelen: Nimba-schoudermaskers uit Guinée, nokpalen uit la Nouvelle Calédonie. Sculpteren is tegelijk tekenen, schilderen; schilderen is kerven: creativiteit die zich niet liet inperken door vakdisciplines. Het verrast, omdat de vakdisciplines, in de zuivere schilderkunst bvb., vandaag weerwraak hebben genomen.

Dan sta je daar plots oog in oog met de man en zijn schaap: figuratief, postkubistisch. 1943. Veel vrede en mildheid (zoals de tekst in het cataloogje beweert) zie ik er niet in. Het doet me veeleer denken aan een vervolg op Caravaggio’s Offer van Abraham. Zijn zoon werd ternauwernood gered en hij biedt dan maar het schaap aan dat de engel hem heeft aangewezen. Het schaap ligt niet veilig in de nek van de herder. Neen, het zit stevig in een houdgreep, de vier poten samengehouden door de herder die wezenloos voor zich uitstaart. Angstig voor wat komt, rekt het schaap de hals, krampachtig wegkijkend en halsreikend, weg van de herder, helemaal niet klaar voor een zekere dood, dit keer. Het is één en al gestolde tegenstribbeling. Dit is geen verlossing; dit wordt een slachting.

p1070819

Het licht en het ,,vanitas”-motief, hernomen in Guernica.