Van het RIO-rapport tot Youth For Climate

De klimaatspijbelaars hebben niet alleen objectief gelijk (1). Ook subjectief kon ik de voorbije weken moeilijk onverschillig blijven voor het scholierenprotest van Youth For Climate. De meisjes en jongens die naar Brussel afzakten, katapulteerden me op slag meer dan veertig jaar terug naar mijn eigen schoolgaande jeugd, het jaar 1976. Toen was het RIO-rapport (Reshaping the International Order/Naar een Rechtvaardige Internationale Orde) aan de orde. Op het college waar ik toen school liep, hadden een paar moedige leerkrachten het plan opgevat om een projectweek te organiseren rond het thema ,,ontwikkelingssamenwerking en de derde wereld’’. Van mijn leraar geschiedenis Fons Dewitte, waar ik geweldig naar opkeek, mocht ik met schaar, papier en stiften een wereldkaart in elkaar knutselen van de 25 armste landen in de wereld en hun acuut gebrek aan grondstoffen. Powerpoint bestond nog niet.

naar-een-rechtvaardiger-internationale-orde

Ik moest tijdens die projectweek die landen als zestienjarig broekje uit het vierde jaar presenteren aan de retoricanen, want zo heetten de grote jongens van het laatste jaar toen nog. Tot overmaat van ramp waren er in het publiek ook nog enkele maoïstisch geïnspireerde AIB’ers (Anti-Imperialistische Bond) van Oxfam binnengeslopen, die mij het vuur aan de schenen legden. Zij vonden dat ik in mijn overzichtje te veel beklemtoond had dat het landen waren met weinig grondstoffen en dat ik te weinig oog had voor het feit dat die zogenaamde ,,arme landen’’ en van het weinige dat ze bezaten, ook nog eens  beroofd werden door multinationals uit het rijke Westen. Soit, mijn geschiedenisleerkracht zette mij in een handomdraai uit de wind en ik kon weer opgelucht ademhalen.

Het kwam mij vorige week met de spijbelbetogers allemaal weer klaar en helder voor de geest, die uitlegsessie over dat RIO-rapport van Jan Tinbergen: in onze westerse geschiedenis was het allicht de eerste keer dat er over meer duurzame ontwikkeling werd nagedacht, als rechtstreeks gevolg van het dichtdraaien van de oliekraan door de Golfstaten in 1973. En hoe we in de nasleep daarvan toch wel drastische overheidsmaatregelen opgesolferd kregen: op zonnige, autoloze zondagen in dat jaar heel de Diksmuidse Heirweg affietsten tot aan de E40, toen nog  E5 geheten; en hoe we met onze fiets over de berm van de lege autosnelweg kropen en in tegenrichting als spookrijders naar zee fietsten. Het waren surrealistische tijden en tegelijk de eerste, ernstig te nemen alarmsignalen dat het met die ongebreidelde, economische groei en consumptie niet oneindig kon doorgaan. De politieke impact ervan heb ik pas later gesnapt, het jaar daarop, toen we van diezelfde leerkracht Fons Dewitte Karl Marx uitgelegd kregen.

sl715_001 (2)

Fons Dewitte, ,,de Puupe”… Ere wie ere toekomt. (2)

Hoe mijn favoriete leerkracht mij toen in die projectweek ook steunde en bijsprong tegen de al te gemakkelijke kritiek vanuit het oudere publiek, dat was zoals David Van Reybrouck die Anuna De Wever bijsprong tegen de aanvallen ad personem van een journalist-ministeriële woordvoerder-in-bijberoep en klimaatscepticus-professor-kerkgeleerde in ,,De Afspraak’’. Wat kunnen leerkrachten anders doen dan hun bevlogen leerlingen bijspringen? De leerkracht verdedigt zijn pupil, die in de praktijk brengt, wat hij op school theoretisch aangereikt krijgt. En ook als die het nodig vindt om te staken en op te komen voor onze planeet waar de leefbaarheid in het gedrang komt. Het ergste wat je als leerkracht kunt doen is je leerlingen de illusie ontnemen dat een betere wereld voor iedereen, nog mogelijk is. Cynisme is de dood van het onderwijs.

Hoe het bij mij verder is gegaan met die kritiek van schaarste aan grondstoffen, de grenzen aan de groei, wat als zondig klinkt in ons kapitalistisch systeem dat integendeel roofbouw, verspilling en vervuiling exponentieel doet toenemen, alles in functie van de aanbeden groeicijfers? Niet zo goed, eigenlijk, achteraf bekeken. Ook met die ongemakkelijke waarheid confronteren mijn leerlingen mij.

Tijdens mijn humaniora op 16 maart 1978 was er namelijk nog zo’n scharniermoment. Intussen waren we zelf in de retorica geraakt en de mammoettanker Amoco Cadiz liep op de klippen aan de Bretoense kust. De met ruwe aardolie besmeurde rotskusten in tv en krant maakten diepe indruk op al wie begaan was met de natuur.

amococadiz

Olieramp met de Amoco Cadiz, 16 maart 1978, een machteloze strijd om het milieu te redden…

Toen zouden we echt spijbelen, met een paar ecologisten uit onze klas, onze parka en rubberlaarzen aantrekken, de slaapzak in de rugzak, richting Franse westkust sporen om er stookolieslachtoffer te redden uit de smurrie: zeekoeten en papegaaiduikers, stormvogeltjes en alken. Dat spijbelen, dat was toen geen burgerlijke ongehoorzaamheid; het was eerder van nood breekt wet.

Maar daar kwam uiteindelijk niets van in huis. Ouders konden ons overreden om het niet te doen. Zo braaf waren we toen, luisteren naar papa en mama en studeren was belangrijker in die luttele maanden die ons nog restten, schoolmoe geworden op die te klein geworden humaniora. De natuur zou zich wel herstellen en we staken haar uit pure frustratie een handje toe, in de eigen regio wel te verstaan, op fietsafstand. We ontpopten ons dan maar noodgedwongen als drieste ecoterroristen. Het was het jaar van de punk.  De uitbreiding van de Zeebrugse haven werd in de polders van Ramskapelle tot stilstand gebracht: met een nietsontziend fanatisme werden de alsmaar verder opduikende paaltjes van de landmeters op de opgespoten terreinen van Dudzele elk weekend onvermoeibaar uit de grond gerukt en weggegooid; een bouwkeet van de wegenbouwfirma’s die betonnen linten door onze vogelrijke polders trok, werd grondig vertimmerd  en menige verlaten abri van een jager verdween gewoon in de gracht…

Onze machteloze vandalenstreken – voor ons: daden van verzet tegen de aanslag van het kapitaal op de open ruimte – haalden niet veel uit. De milieuramp met de Amoco Cadiz herhaalde zich in Bhopal, Tsjernobyl, Exxon Valdez, Sandoz, Deepwater Horizon… Hebben we er in al die jaren iets uit geleerd? Niet meteen, zo blijkt veertig jaar later; we zijn met z’n allen onverminderd doorgegaan, met slinkende groeicijfers, afkomstig van steeds meer overbodige producten, die uitblinken in een alsmaar korter wordende levenscyclus. Maar de natuur herstelt zich niet meer: vandaag is de oceaan een plastiek soep geworden en het klimaat warmt op in snel tempo. Het is nog maar eens vijf voor twaalf voor die mogelijkheid op een betere wereld.

———————–

(1) https://patrickghyselen.wordpress.com/politicsmarxism/brief-aan-hilde-19/

(2) Foto Erfgoed Brugge.

Advertenties