Voor Heidegger was er wel ,,ein richtiges Leben im falschen’’.

n.a.v. het eredoctoraat voor Angela Merkel aan onze Belgische universiteiten, 12/01/2017

Zelden een meer omvattende synthese gelezen van het oeuvre van Adorno, voor zover dat al mogelijk zou kunnen zijn, dan deze (1). Met toch die opmerking, en ik stel vast dat ik ze eerder al moest maken, dat interpretaties al te gemakkelijk tot de slotsom komen dat denkers als Heidegger en Adorno uiteindelijk hetzelfde zouden bedoelen.

Het op zijn begrip brengen van het onbenoemde, dus. Dat onbenoemde dat is in dit geval de uitkomst van hun filosofie, waarvan de auteur aangeeft dat er aanwijsbare parellellen/gelijkenissen zouden zijn in het denken van beiden. Het is een gevaarlijke val, en niet alleen omdat het vaststellen van gelijkenissen nooit mogelijk is binnen een denken dat zich beweegt binnen de negatieve dialectiek, waar identiteit van zodra ze nog maar benaderd wordt, alweer verlaten wordt.

En toch: net omdat beide, vaak obscure en moeilijke denkers vanuit totaal verschillende filosofische tradities zijn gestart, is het voor exegeten soms de gemakkelijke weg om naar gelijkenissen te zoeken: familiegelijkenissen (om Wittgenstein II even te gebruiken), geven de lezer, die niet altijd vertrouwd is met de achtergronden van de denkers het nodige houvast. Het is een gekende valkuil bijhet populariseren/uitleggen  van op zich moeilijke filosofische redeneringen en concepten voor de lezer die zich slechts occasioneel verdiept in filosofie.

Ik ga daar liever niet in mee. Vooreerst heeft Adorno  Heidegger (die van Sein und Zeit) frontaal aangevallen in het door de auteur terecht vermelde werk ,,Jargon der Eigentlichkeit’’. Hier verzet een taalfilosofische Adorno, zeg maar, zich tegen Heideggers praktijk om zinledige woorden zoals ,,Eigenlichkeit’’, ,,Seinsvergessenheid’’, te gaan hypostaseren, waarmee ik bedoel dat deze woorden nog eens extra verdingelijkt worden: een diepzinnige, sacrale betekenis verleend krijgen, die ze eigenlijk niet bezitten. Heeft u zich ooit al eens afgevraagd wat Heidegger zou kunnen bedoeld hebben met ,,Die Stille stillt…’’ Of ,,das Wesen west…’’? Das Gestell?

Twee: zowel biografisch als filosofisch-technisch, de filosofische traditie en het vocabularium, van waaruit ze starten, is er totaal geen affiniteit tussen beide denkers. De gekende ,,Kommunikationsverweigerung’’ tussen beide denkers, die nochtans tijdgenoten waren. Ik weet dat ik hiermee een gevoelige snaar raak bij Adorno- en Heideggerlezers, die er ,,ergens vanuit gaan, dat ze toch wel hetzelfde bedoelden’’, toen ze het hadden over het ,,Herrschaftsdenken’’enerzijds/,,das rechnende Denken/andenkende Denken’’ anderzijds. Op die manier haal je de invloeden van Kant en Marx weg uit Adorno’s denken, die er bij Heidegger niet zijn. Terwijl bij Heidegger bij wijze van spreken de Verlichting definitief uitgaat en we naar een duistere, mystieke wereld teruggevoerd worden, houdt Adorno het licht brandende, al is het in sommige gevallen misschien niet meer dan een waakvlammetje: hij blijft met de rede tegen de rede indenken, ook in zijn laatste werk de Aesthetische Theorie. Kunst als laatste ,,promesse du bonheur’’.

wegederweltweisheit

Drie: als je de levenslopen van beide denkers er even op naslaat ligt het grote verschil hierin dat Heidegger bij volle bewustzijn tijdens het nazisme het Sein en die Stille vanuit zijn berghut in het Zwarte Woud is blijven koesteren en na de wereldramp van WO II ook nog eens mystiek gaan verheerlijken. Adorno hoefde geen weet te hebben van Heideggers Schwarze Hefte, om Heidegger te verdenken van een fascistische ideologie. Hij was zelf in die periode noodgedwongen als halve Jood in exil in Amerika en moest er noodgedwongen de positivistisch-empiristische toer opgaan met zijn studies over het autoritaire karakter; hij kreeg er het trauma van het rampzalige einde van zijn door de nazi’s opgejaagde vriend-collega Walter Benjamin nooit verwerkt. Je kunt onmogelijk het dogmatische, Heimatmysticisme van Heidegger laten rijmen met Adorno’s interpretaties van Beckett, Celan en zelfs niet Hölderlin. Het is zowel het denken van Adorno als dat van Heidegger geweld aandoen. Terwijl de ene Auschwitz als stof onder de mat van zijn blokhut veegt, betekent de onuitspreekbare gruwel van wat daar gebeurde voor de ander precies dè aanzet om toch nog aan filosofie te doen.

Ik volg de auteur nog minder daar waar hij stelt dat Heidegger een zin voor het esthetische zou hebben ontwikkeld of  in de moderne kunst een uitweg zou hebben gezocht voor zijn vastlopende filosofie (wat Adorno wel deed). Uitzondering gemaakt voor Heideggers twijfelachtige interpretatie van de tekening van Van Goghs boerenschoenen, heeft deze Zwarte Woud-denker nooit de kunst in de 21ste eeuw gevolgd, of zelfs daar maar een poging toe gedaan. Ik vermoed dat Heidegger weinig verder geraakte dan de kunstopvattingen van Hitler en zijn nazi’s die de avantgarde van hun tijd gewoon ,,entartet’’ vonden. Bij Adorno eindigt de filosofie daarentegen bij Beckett en Celan. Had hij nog geleefd, dan had hij het werk van iemand als Anselm Kiefer op zijn minst interessant gevonden om ermee in dialoog te gaan. In het werk van Kiefer wordt Heidegger als ,,Meister aus Deutschland” bijgezet in het rijtje denkers en literatoren van de ,,Wege der Weltweisheit/Hermannsschlacht”. Heidegger, niet  Adorno krijgt die twijfelachtige eer  toegespeeld.


(1) http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2017/01/09/een-diasporisch-denken-zonder-thuiskomst-adorno-en-het-beschadigde-leven